Certificaat van Onderzoek

1. Cascosterkte, huiddikte en aanvaringsschot.
Minimale vlak/huid/kim dikte Lengte 20 tot 30 m: vlak/huid: 3,5 mm kim 4,0 mm Lengte 30 tot 35 m: vlak/huid: 3,5 mm kim 4,3 mm Lengte meer 35 m: berekening volgens de EU norm Er moet een waterdicht aanvaringsschot aanwezig zijn op min. 0,04L en max. 0,04L +2m, gemeten vanaf de voorloodlijn, enige afwijking van deze maat is toegestaan. Zonder een waterdicht aanvaringsschot is wel een CvO mogelijk maar dan voor een beperkt vaargebied. Varen in zone 2 en het RPR gebied is dan niet toegestaan. Onder zone 2 valt o.a. Waddenzee, IJsselmeer/Markermeer, Hollands Diep, Haringvliet, Volkerak, Ooster- en Westerschelde. Voor schepen met een CE-markering is onderzoek van cascosterkte en meten van huiddikte niet voorgeschreven. Wel moet de expert een schip met een CE-marketing “bij het eerste onderzoek op het droge bezichtigen”.

2. Stuurinrichting
Schepen moeten zijn voorzien van een betrouwbaar werkende stuurinrichting.

3. Vrijzicht
Het uitzicht vanaf de stuurstelling moet naar alle zijden voldoende vrij zijn. De dode hoek voor de boeg van het lege schip met halve voorraden en zonder ballast mag voor de roerganger niet meer zijn dan tweemaal de scheepslengte of 250 m tot het wateroppervlak, al naargelang welke afstand het kortste is.

4. Anker inrichting (operationeel)
Het anker en de ankerketting moeten voldoende zwaar zijn t.o.v. het gewicht en de afmetingen van het schip. De ankerlier moet vlot gangbaar zijn en de ketting van voldoende lengte.

5. Marifoon verbinding en AIS
Minimaal één werkende marifoon, als ook op de vaarwegen van BPR bijl. 9 gevaren gaat worden dan 2 marifoons (2e marifoon is niet verplicht voor kleine schepen**). De 2e marifoon mag een handheld zijn, de 1e moet een vast ingebouwde marifoon zijn. Een inland AIS transponder klasse A met inbouw verklaring (RPR/BPR eis) 

6. De gasinstallatie
Deze moet gekeurd zijn, om de 3 jaar. De keuring moet uitgevoerd worden door een door ILenT erkende installateur of door een HISWA erkende installateur. Het keuringscertificaat moet aan boord zijn. Deze keuring kan eventueel door Nautisch Centrum Nicolaas Witsen worden verricht.

7. Luchtflessen
Als de maximale druk meer is dan 10 Bar (startluchtflessen) moeten deze om de 5 jaar worden gekeurd.

8. Brandveiligheid
• Op de volgende plaatsen moet telkens 1 draagbaar blustoestel aanwezig zijn: o in hetstuurhuis; o in de nabijheid van iedere toegang van het dek naar de verblijven; o bij iedere toegang tot machinekamers of ketelruimen;
• Minimaal 2 blustoestellen aan boord, per blusser 6 kg poeder of 9 liter schuim.
• Als er een gasinstallatie aan boord is dan moeten er minimaal 3 blussers aan boord zijn waarvan er één een poederblusser is. Deze moet daar aanwezig zijn waar het vaakst gas wordt gebruikt. Alle blussers moeten een geldige keuring hebben (max. 2 jaar geldig).

9. Reddingsmiddelen en overige uitrusting
• minimaal een lenspomp, mag een dompelpomp zijn.
• 3 reddingsboeien (inwendig min. 45 cm ) elk met 4x SOLAS band, 1 daarvan moet een licht hebben
• voor elke opvarende een reddingsvest,mogen “vaste” zijn
bord “redden drenkelingen”
Verbandtrommel model B 
verrekijker 7 x 50 of een grotere lensdiameter
blauwbord met knipperlicht (niet verplicht voor kleine schepen)
navigatie verlichting (incl. 2 ankerlichten: 1 voor en 1 achter) (voor kleine schepen is één ankerlicht voldoende)
elektrische of pneumatische scheepshoorn met fluitlicht (fluitlicht is niet verplicht voor kleine schepen)
roerstand aanwijzer en ruitenwisser
krachtige schijnwerper op batterijen
anker bol (diametermin. 60 cm.) (voor kleine schepen min. 30 cm.)
bootshaak

10. Manoeuvreereigenschappen
Goed bestuurbaar en snelheid door het water min. 11 km/uur. Bij twijfel is een proefvaart nodig.

Niet genoemd in het lijstje klaarblijkelijk gevaar maar noodzakelijk voor de veiligheid:
• Brandstoftanks van staal en leidingen van metaal (of oliebestendige slang met metalen omhulsel)
Uitlaten geïsoleerd en niet door verblijven, tenzij in mantelbuis of heel goed geïsoleerd
• Draaiende delen afgeschermd
• Brandstofkraan op elke tank van buiten af afsluitbaar en gemarkeerd met tekst: noodafsluiter, bij brand sluiten (zie afbeelding op volgende bladzijde)
Vul openingen aan dek voor olie en drinkwater of afzuigen van vuilwater moeten gemerktzijn door tekst of kleur (olie: rood, drinkwater: blauw en vuilwater:zwart)
Peilglas metzelfsluitende kraan
Accu’s moeten vaststaan en de polen moeten zijn afgeschermd
• Bilge afsluiter “verzegeld” door ketting met hangslot
• Afsluiters van aftappen e.d. afdoppen
• In de machine kamer een metalen bus met een metalen deksel om vette poetsdoeken in te bewaren
• Alle slangen onder de waterlijn van gewapend materiaal en voorzien van dubbele slangklemmen
• Stickers “vuur, open licht en roken verboden” op alle accu’s 
• Geen brandbare/gevaarlijke stoffen in machine kamer
Rookmelders

Kentekens
• De naam van het schip moet aan beide zijden en op de achterzijde zijn aangebracht, letterhoogte min. 20 cm. (voor kleine schepen is alleen de naam vooraan aan beide zijden van het schip voldoende, hoogte min. 10 cm.)
• De thuishaven op beide zijden of op de achterzijde, achter de thuishaven moet een N staan, letterhoogte min. 15 cm. (niet verplicht voor kleine schepen, in plaats daarvan moet bij kleine schepen de naam en de woonplaats van de eigenaar op een in het oog vallende plaats aan de binnen- of de buitenzijde van het schip worden aangebracht)
• Het ENI nummer moet aan beide zijden en op de achterzijde zijn aangebracht, letterhoogte min. 20 cm.(geldt niet voor kleine schepen, daarvoor geldt dat het ENI ergens op het schip moet zijn aangebracht) Als de hoogte van de letters problemen op leveren zijn wat kleinere letters ook wel toegestaan, dat gebeurt wel meer bij de wat “kleinere” schepen. De letters moeten goed leesbaar zijn, in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op een lichte ondergrond.